australië

Over platte kangoeroes en zadelpijn

Het fijne aan vakantie is dat je totaal geen gevoel meer hebt voor welke dag van de week het is. Als je dat gevoel hebt, ben je wat mij betreft echt op vakantie. Even op mijn horloge kijken doet me realiseren dat het maandag is. We zijn zojuist in Swansea aangekomen, een klein dorpje aan de oostkust van Tasmanië. We hebben er inmiddels 5 dagen fietsen op zitten en zijn daarmee over de helft van de fietsvakantie hier, die in totaal 8 dagen duurt. Nadat we de Overland Track eigenlijk met twee vingers in de neus hadden doorstaan, wisten we dat fietsen een compleet nieuwe uitdaging zou gaan worden.
 
Eigenlijk ben ik geen fietser, dat is Martijn. Hij trekt er in het weekend op uit om te gaan mountainbiken terwijl ik liever gewoon ga hiken of naar de sportschool ga om te bodypumpen. Het hele ‘fietsen-op-Tasmanië’ deel van deze reis, was dan ook zijn idee. Al tijdens het wandelen hadden we het erover, dat de fietstocht een flinke kluif zou gaan worden. Ik fiets immers nooit door de bergen en had ook zeker niet de illusie dat twee uur per week op de spinningfiets bij de sportschool echt zoden aan de dijk zouden zetten wat betreft conditie. De langste fietsvakantie die we ooit deden, was in Nederland, we fietsten vorig jaar in vier dagen een rondje om de Veluwe. VE-LU-WE! Oftewel een rondje zo plat als een dubbeltje, voor Australische begrippen dan. Gelukkig ben ik van nature redelijk optimistisch ingesteld en dachten we dat het fietsschema van Discover Tasmania, dat we op hun site hadden gevonden, best haalbaar zou zijn. Gemiddeld zo’n 60km per dag met af en toe een flinke pukkel in het landschap en op 3 dagen heuse bergpassen over, zoals ze dat hier noemen. Moest te doen zijn, dachten we zo.
 
Net voor vertrek investeerde ik nog even in een dure nieuwe fietsbroek (zeg maar de Ferrari onder de fietsbroeken) om een pijnlijk achterwerk te voorkomen en kocht ik een fancy helm, want die zijn verplicht hier in Australië. De dag dat het begin van onze fietsreis was aangebroken, was dan eindelijk daar. De gehuurde fietsen stonden klaar, we pakten alle bagage in en daar gingen we, vol goede moed. Dat het regende en de weersvoorspellingen niet denderend waren, deerde niet. Al binnen 3 kilometer had ik, toevallig naast de luchthaven van Launceston, mijn ketting eraf liggen. Net terwijl ik aan het kijken wat naar een Boeing van Qantas die vertrok, deed ik iets verkeerd waardoor ie eraf liep. Dat beloofde wat. De volgende 10 kilometer liepen voorspoedig, tot we het stedelijk gebied achter ons lieten. Vanaf daar ging het omhoog, en niet zo’n beetje ook. Al vrij snel stond ik halverwege de heuvel nagenoeg stil, maar ik kwam boven. Nog drie van die heuveltjes later en ik was kapot, en dat na 35 kilometer. Ik kwam in wat ik mijn ‘zeikmodus’ noem. Niks lukt, alles is stom en ik haat mezelf. Waarom was ik niet vaker naar de sportschool gegaan? Waarom was ik in Nederland niet vaker op de fiets gestapt, al was het maar gewoon om kilometers te maken? Waarom deed ik dit eigenlijk? Wie z’n debiele idee was dit überhaupt?
 
Martijn weet inmiddels dat hij me op dat soort momenten gewoon beter even met rust kan laten. Gewoon negeren en doen alsof er niks aan de hand is. Gelukkig had een local ons verteld dat we, als we het stedelijk gebied achter ons gelaten hadden, het relatief vlak zou worden, voor we de Sideling Pass over zouden gaan. Eenmaal op ‘het vlakke’ gedeelte kwam de vaart er een beetje in. Tot aan de Sideling Pass … dat zou een uur lang in de laagst mogelijke versnelling rondjes draaien worden, gutsend van het zweet en met een hartritme van heb ik jou daar. Ik zag de beelden van de Tour de France voor me en deed alsof ze me langs de weg stonden aan te moedigen. De hel die ik verwachtte, kwam eigenlijk niet. Na een goede drie kwartier stampen op de pedalen, waren we boven. Wat volgde, was de beloning, namelijk een heerlijke afdaling waarbij ik slechts sporadisch iets anders hoefde te doen dan af en toe even bijremmen en sturen. Heerlijk!
 
Niet lang daarna kwam de zeikmodus weer. De local die we gesproken hadden, had namelijk niet verteld dat het landschap na de Pas nog een stukje heuvelachtiger zou worden. Groene heuvels, her en der een bosje, heel veel schapen en een bochtige, heuvelachtige weg. De Zevenheuvelenweg is er niks bij zal ik maar zeggen … ik dacht dat we er bijna waren maar de laatste 10 kilometer gingen voor geen meter. De benen waren op (we hadden al 68 km gehad) en wilden gewoon niet meer. Toch gaf ik niet op, steeds als ik weer, compleet buiten adem, bovenop de heuvel stond, dacht ik ‘yeah baby, on to the next one’ maar tegelijkertijd, was ik klaar voor die dag…
 
Inmiddels zijn we dus 5 dagen verder. Het blijft gewoon lekker regenen en gisteren hadden we er een straffe tegenwind bij, langs de kustlijn van Tasmanië. De zeikmodus heb sinds de eerste dag op offline gezet, die gaat niet meer aan. Inmiddels zit ik volledig in the flow en heb ik een andere modus te pakken, een positieve. Het fietsen gaat me goed af en uiteraard ben ik nog steeds redelijk buiten adem in de bergen en doen mijn benen elke dag weer pijn, maar ik weet dat gevoel nu te waarderen en om te zetten naar een positieve benadering. Als wandelaar heb ik leren vechten tegen de bergen, tegen de vermoeide benen en de geestelijke inspanning die het maken van dagenlange trektochten met zich meebrengt, van je vraagt. Voor het fietsen, moest ik die vechtmodus even zoeken, maar ik heb hem gevonden.
 
Pas tijdens het fietsen ben ik Tasmanië echt gaan waarderen. In de eerste week, was ik heel erg zoekende. Iedereen die ik sprak, zei tegen me ‘oh wow, Tasmanië, dat lijkt me echt geweldig’ en mensen die er geweest waren, hadden lyrische verhalen. Op internet (lees: blogs en Instagram) zie je alleen maar mooie foto’s van strakblauwe luchten, recht in de camera kijkende kangoeroes en hagelwitte stranden. De realiteit is, dat het van de 15 dagen dat we op reis zijn, al zo’n 13 dagen geregend heeft. En dat kan gebeuren natuurlijk, maar het is wel even slikken. Daarnaast waren we in de eerste week logistiek niet handig bezig (slechte planning van mijn kant) en brachten we veel tijd door in de bus maar ook in Hobart (niet mijn stad) en eigenlijk de rest van de week in één nationaal park. Dat hadden we wellicht anders moeten plannen, maar so be it. Tijdens het fietsen, maken we pas echt kilometers. Zien we het échte Tasmanië zoals het is. Fietsen we, af en toe fluitend, door de heuvels, langs boerderijen en inmiddels langs de kust. Hebben we een mooie dag aan het water bij Binalong Bay doorgebracht en worden we overal van harte welkom geheten door de Ozzies. Ook als de zon niet schijnt, waarderen we de landschappen, de natuur, de straffe wind en de geur van de barbecues op de campings. Tja, zelfs de zadelpijn die ik elke ochtend voel als ik weer op de fiets stap, heb ik op een vreemde manier leren waarderen.
 
Het enige waar ik niet aan zal wennen, zijn de dode kangoeroes langs de weg. Ik ben niet snel ergens vies van, maar steeds als ik een dood beest zie liggen, ga ik weer over mijn nek en moet ik kokhalzen. Ze liggen er in verre staat van ontbinding, slechts als skelet, in zijn geheel of in stukjes. In alle grootten en maten, zelfs nog vers met zijn pootjes omhoog, in het midden van de weg. De stank die ermee gepaard gaat, is niet van de lucht en als ik het dode beestje op tijd zie liggen, kan ik meestal nog net een hap adem nemen, die ik vervolgens pas uitblaas als ik er ruim voorbij ben.
 
Over 3 dagen zit het erop, dan leveren we de fietsen in en slapen we voor de laatste keer in Hobart. We halen dan de auto op en gaan nog een weekje roadtrippen over het eiland. Pas dan hebben we écht de tijd om precies te stoppen waar we willen, genoeg tijd om foto’s te maken en te kamperen in de wildernis waar écht niemand anders is…
 
binalongbay
 
Meer lezen over Tasmanië tot nu toe? Check dan deze blogs:
Eerste update vanuit Hobart (en getest: de Deuter AC Lite 22 rugzak)
Tasmanië week 1 in foto’s
Tasmanië week 2 in foto’s

6 Comments

  • Jessica

    Tijdens het lezen van dit verhaal moest ik aan Zadelpijn en Ander Damesleed denken (leuke film en er is ook een boek van). Maar wel goed dat je hebt doorgezet. Ik doe het je niet zo snel na, 60 kilometer per dag fietsen, pff! Ik vind Limburg al heuvelachtig op de fiets 😛 Ik snap dat het weer wel invloed kan hebben op je beleving, vervelend dat jullie zo veel regen hadden! Maar je hebt gelukkig nog wel een mooie strandfoto met strakblauwe lucht kunnen maken! 🙂

    • anto

      Jaaa die ken ik. Gelezen en gezien en de titel daar ook van gejat haha. Het weer werd uiteindelijk wel iets beter, ongeveer 10 mooie dagen gehad op 28, had beter gekund maar ook een stuk slechter. Volgende keer word het denk ik een goed-weer bestemming 🙂

  • Marcella

    Pittig hoor, zulke fietstochten, elke dag! Knap dat je er vrij snel aan gewend bent geraakt. Die dode kangaroos klinkt heftig. Naar om steeds die dode beestjes langs de weg te zien 🙁

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *